Artikel: Sociaal Ondernemen op de langere termijn

Reflectie op vijf jaar Thuisafgehaald door Marieke Hart en Marianne Dagevos

Juni 2017

(Een korte versie van dit artikel is verschenen in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Een downloadbare PDF van dit volledige artikel vind je hier.)

Inleiding

Bij Thuisafgehaald geloven we in de kracht van delen. In mensen verbinden, zodat ze iets voor elkaar kunnen betekenen. Mensen aanspreken op hun passie, zodat energie vrij komt. Het delen van eten met buurtgenoten heeft hierin een centrale plaats. 

Thuisafgehaald bestaat nu, april 2017, vijf jaar. Dat betekent vijf jaar ondernemen in het sociaal domein. Tijd voor reflectie. Wij hebben als sociaal onderneming aansluiting gezocht bij gemeenten en organisaties uit zorg & welzijn. Vanuit de veronderstelling dat we zo twee krachten bundelen: professionals uit sociale wijkteams, welzijnswerkers, wijkverpleegkundigen en ouderenadviseurs hebben immers al contact met doelgroepen die profijt kunnen hebben van onze dienstverlening. 

Maar de praktijk is, kunnen wij na vijf jaar constateren, weerbarstiger. Onze contacten met logische partners als zorg- en welzijnsinstellingen leiden in veel gevallen tot minder resultaat dan verwacht. Wij zien allerlei mogelijkheden tot matches en maatschappelijke impact maar deze komen lang niet altijd tot stand. Dat heeft ons aan het denken gezet. Mogelijk zijn onze ervaringen waardevol om te delen met een breder publiek. Daarom dit artikel. Wij geloven immers in de kracht van delen. 

De eerste jaren van het deelplatform: groei, enthousiasme en vragen

Vijf jaar geleden stak ik, Marieke, voor het eerst het hoofd over de schutting van de buren. Een spontane ontmoeting werd het begin van een onderneming. Na het genieten van de pompoensoep van buurvrouw Genelva, had ik niet meteen het idee een ‘radicale vernieuwer’ te zijn. Of een succesvolle sociale innovatie of een ‘disruptief deelplatform’. 

Toch werd Thuisafgehaald in de afgelopen vijf jaar door allerlei jury’s, experts en onderzoekers met dit soort eretitels behangen. Met ons deelplatform brachten wij vernieuwing, niet alleen in de wereld van ondernemen en zakendoen, maar ook in die van zorg & welzijn en burgerparticipatie. We werden onderdeel van de deeleconomie, aanvankelijk heel populair en sympathiek, later meer kritisch bekeken. We vielen binnen de participatiemaatschappij, ook zo’n begrip dat soms omarmd wordt, maar net zo vaak ter discussie staat. Ook werden we genoemd als voorbeeld van de doe-democratie, de beweging van burgerinitiatieven en makers. En onze naam viel als het gaat om ‘klein als het nieuwe groot’ en de opkomst van het ‘prosumentisme’ (mensen zijn afwisselend producenten en consumenten). 

In 2016 werden we gekozen als ‘Heldcare - held’. Heldcare is een ondersteuningsprogramma voor sociaal ondernemingen met vernieuwende producten en diensten in zorg & welzijn. Thuisafgehaald was een van de drie ondernemingen die na een intensief verdiepingsprogramma werd gekozen als meest kansrijk. 

Niet alleen experts en jury’s, ook de media waren dol op ons. Iedereen wilde wel een leuk stuk schrijven over de positieve kanten van delen, onze charmante thuiskoks en de vele tevreden afhalers. In lezingen, TED-talks en interviews heeft Marieke, als oprichter van Thuisafgehaald, de kracht van het delen uitgedragen en steeds benadrukt dat veel mensen bereid zijn om belangeloos iets voor anderen te doen. 

Tijdens gesprekken en presentaties kregen we steevast twee soorten reacties. Enerzijds was er waardering voor het vernieuwende concept en de aansprekende menselijke aanpak. Anderzijds kwamen er vragen over het verdienmodel, de voedselveiligheid en de aansprakelijkheid. Deze reacties weerspiegelen de belangstelling voor maar ook de onbekendheid en onwennigheid met fenomenen als sociaal ondernemen en sociale innovatie. Onder punt 4 komen we hier uitgebreid op terug. 

Maatschappelijke meerwaarde en financiële waarde

Eerst de vraag naar het verdienmodel. Na de succesvolle lancering van Thuisafgehaald in 2012 groeiden we de eerste jaren als kool. Momenteel zijn zo’n 10.000 thuiskoks en 70.000 afhalers bij het platform betrokken. 

Nooit hebben we geld besteed aan betaalde publiciteit. Onze inkomsten zijn gebruikt voor professionele ondersteuning van gebruikers en onderhoud van de website. De groei kwam door de aantrekkingskracht van het concept en de mond tot mondreclame van onze community. Een scenario waar veel starters en investeerders hun handjes voor dicht knijpen. 

Deze groei leidde echter niet tot een riante financiële positie. We werken met een zeer beperkt budget en een minimale overhead. Onze inkomsten komen uit een kleine afdracht van gebruikers, van 0,25 euro per transactie. Thuiscateraars (die af en toe voor grotere groepen koken) betalen vijf euro per maand om vindbaar te zijn via ons platform. Er draaien bescheiden advertenties op de website en Marieke verzorgt regelmatig tegen vergoeding lezingen en workshops over de deeleconomie en sociale innovatie. Daarnaast werken we samen met partners zoals gemeenten die informele steun en sociale participatie aanjagen. Vanuit de WMO is de omslag naar informele steun immers een lokale prioriteit. 

We zijn Thuisafgehaald nooit begonnen met grote financiële ambities. Als sociaal onderneming definiëren we winst als de sociale en duurzame waarde die we creëren voor de samenleving. Maar we hanteren bedrijfsprincipes in onze aanpak en streven wel naar een zelfstandig verdienmodel. Het blijft tot op de dag van vandaag echter een enorme uitdaging om onze maatschappelijke meerwaarde om te zetten in financiële waarde. 

Als sociaal onderneming hanteren we in ons business model een aantal principes, zoals laagdrempeligheid (iedereen moet kunnen meedoen), eerlijke verdeling tussen platform en gebruikers (geen provisies over de ruggen van de gebruikers heen) en geen investeerders van buiten die het beleid van de onderneming gaan bepalen. Zo stellen we onze maatschappelijke meerwaarde zeker, maar blijven we bedrijfseconomisch gezien in een precaire positie. Dat stemt tot nadenken. 

Faciliteren van passie en verbinding binnen een community

Bij Thuisafgehaald moeten we het hebben van mensen die graag koken en ook graag hun maaltijden willen delen. Die bereid zijn om zelf moeite te doen om afhalers te trekken en aan zich te binden. De koks krijgen voor hun inspanningen geen beloning van de gemeente, van een uitkerende instantie of een zorginstelling in hun stad. 

Uit recent onderzoek van Marianne Dagevos onder trouwe thuiskoks van Thuisafgehaald, blijkt dat de koks koning(inn)en in eigen keuken zijn: zelfstandig, intrinsiek gemotiveerd en ondernemend. Ze doen dit omdat ze het leuk vinden, omdat het hen voldoening geeft, omdat ze iets willen bijdragen aan de samenleving en omdat ze genieten van de waardering. Ze zijn geen thuiskok geworden om bij te dragen aan de participatiemaatschappij, de doe-democratie, de sociale cohesie in de wijk of een andere beleidsdoelstelling. Maar gewoon, omdat ze er plezier in hebben en deze activiteit hun leven een doel en extra inhoud geeft. 

Zo is er thuiskok Clourinda. Lekker koken en lekker eten is haar van huis uit meegegeven. Toen ze door omstandigheden niet meer kon werken, werd ze actief thuiskok. Ze zegt daarover: ‘Het heeft voor mij heel positief uitgepakt. Door Thuisafgehaald is onze wereld groter, ik ken veel meer mensen. We hebben zelf een verhaal rond onze gezondheid, waarom we thuis zitten. Daar proberen we iets van te maken en dat is door Thuisafgehaald geweldig goed gelukt!’ Het contact met afhalers is uitgegroeid tot wederkerige relaties. Met haar vaste afhalers, ruilt Clourinda klussen rond het huis voor een Indische maaltijd. Want koken, dat kan ze wel! Met veel passie en smaak, in haar eigen tempo. 

Afhalers genieten van die kookkunsten en van die zorgzaamheid. Zo zijn er meneer en mevrouw Bos. Beiden ruim in de tachtig. Ze wonen nog thuis en hebben niet meer de energie om zelf te koken. Mevrouw Bos is de diepvriesmaaltijden zat: ‘Er zit maar één aardappel in. Ik wil zo graag een lekkere gezonde maaltijd eten. Onze zoon kookte als mantelzorger altijd voor ons, maar die is onlangs overleden.’ Vanuit Thuisafgehaald hebben wij meneer en mevrouw Bos in contact gebracht met thuiskok Willem. Die woont om de hoek. Hij wil met plezier zijn maaltijden met hen delen. Nu brengt Willem een paar keer per week twee warme maaltijden naar zijn oudere buurtgenoten. Mevrouw Bos is heel gelukkig met thuiskok Willem. Ze zegt: ‘Ik smul van zijn maaltijden. Het is echt verwennerij. Ik droomde al jaren dat buurtgenoten voor ons zouden koken, maar wist niet hoe dat te regelen. Dit is als een droom die uitkomt.’

Thuiskoks als Willem, springen ook vaak bij op andere manieren. 51% van de thuiskoks doet meer dan koken alleen. Denk aan een luisterend oor, het doen van boodschappen of even meerijden naar de dokter. 

Sociale impact

Onderstaande infographic laat zien dat het niet bij deze voorbeelden is gebleven. 



In vijf jaar tijd heeft Thuisafgehaald veel kunnen bereiken en er is nog veel meer potentie. De sociale impact raakt aan verschillende maatschappelijke vraagstukken. Zo voelt 30% van de Nederlanders zich volgens de statistieken eenzaam en dat percentage ligt hoger naarmate mensen ouder worden. 25% van de ouderen die thuiszorg krijgen, lijdt aan ondervoeding. We spreken regelmatig ouderen die als avondeten koekjes of zelfs potjes babyvoeding eten. Daarbij zegt de politiek dat het huidige zorgstelsel in de (nabije) toekomst onhoudbaar gaat worden gezien de vergrijzing.

Zoals gezegd: wij realiseren deze resultaten zonder structurele subsidie van de overheid, met een minimale overhead en een lean bedrijfsmodel. Dat moet in Nederland toch weerklank vinden, zou je denken. Maar onze ervaringen op dit punt zijn zeer wisselend. 

Geïnteresseerd in een samenwerking? Neem contact op met initiatiefnemer Marieke Hart. 


Reflectie op sociaal ondernemen in het sociaal domein

We hebben vastgesteld dat in Nederland nog sterk in domeinen en kolommen wordt gedacht. In ons land werk je óf in de markt óf in de gesubsidieerde sector. Of je verdient je eigen geld of je moet het hebben van subsidies. Je bent een onderneming óf een instelling, een club van slimme zakenmensen óf van sociale wereldverbeteraars. Ook al wordt de laatste jaren het concept ‘sociaal ondernemen’ gepromoot, toch merken wij in de praktijk dat zo’n tussengebied (sociaal én ondernemend) niet gemakkelijk te hanteren is. De toegevoegde waarde van sociaal ondernemers zoals wij, zit niet in een hoge omzet of snelle winst maar in de meervoudige waarden die we creëren. Tegelijk past onze ondernemende aanpak ook niet naadloos in de domeinen van zorg & welzijn en participatie. Hieronder een overzicht van de belangrijkste knelpunten.

 1. Sociaal ondernemen is geen tijdelijk project

We hebben gemerkt dat als het gaat om zorg & welzijn, veel gemeenten en instellingen denken in tijdelijke projecten. Ze willen projecten steunen en een eenmalige stimuleringsbijdrage verstrekken om burgers meer met elkaar te verbinden. 

Een goed begin, maar niet erg toekomstbestendig. Om burgers met elkaar te verbinden is structurele inzet nodig. Onze ervaring is daarom: sociaal ondernemen is geen project. Om ondernemend te werken en resultaten te behalen, moet je de ‘markt’ blijven bewerken. Een ‘gewoon’ bedrijf stopt ook niet na een reclamecampagne of productlancering. Immers, als deze succesvol zijn en er (latente) belangstelling voor het product of de dienst blijkt te ontstaan, wordt daarna volle kracht ingezet om die belangstelling te blijven omzetten in concrete transacties. 

Dat geldt ook voor een nieuwe dienst als maaltijden delen via een deelplatform. Mensen moeten eraan wennen en het kost tijd eer ze het delen van maaltijden een plek geven in hun dagelijks leven. 

Als sociaal ondernemers willen we afgerekend worden op resultaten, op kwantitatieve en kwalitatieve groei. Maar we willen wel structureel aan die resultaten kunnen werken en aansluiten op de specifieke omstandigheden in een bepaalde wijk of gemeente. Daarvoor biedt een projectmatige aanpak geen soelaas. Er is een activatie-platform nodig dat geborgd wordt in het gemeentelijk beleid en dat tijd krijgt om zich te bewijzen. 

2. Sociaal ondernemen is geen vrijwilligerswerk

We hebben gemerkt dat burgerinitiatieven in en voor de buurt vaak één op één in verband worden gebracht met vrijwilligerswerk. Mensen werken hieraan mee omdat het hen direct aangaat en omdat ze er belang bij hebben. Maar de stap van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij wordt soms wel heel drastisch doorgevoerd. Nu de maatschappij af wil van te veel verzorging, wordt meteen álles aan burgers en vrijwilligers overgelaten. Uit onderzoek van EenVandaag blijkt dat 70% van de Nederlanders geen afdoende netwerk heeft om alle eigen hulpvragen op te lossen. Het netwerk moet uitgebreid worden en dat is precies wat een organisatie als Thuisafgehaald doet.

Onze onderneming is het runnen van een platform, zorgen dat het werkt, dat het up to date blijft en aantrekkelijk is. Dat is een professionele bezigheid die niet afhankelijk moet zijn van vrijwillige inzet. 

Uit onderzoek van Marianne Dagevos blijkt dat de thuiskoks de infrastructuur van het platform waarderen. De heldere deal en de duidelijke voorwaarden geven hen een kader waarbinnen ze zelfstandig kunnen opereren. Zij formuleren zelf hun aanbod, regelen zelf de transacties en onderhouden de contacten. Het platform faciliteert de transacties, geeft spelregels, richtlijnen en tips en verzamelt ervaringsdeskundigheid, zodat nieuwe transacties binnen een lerende en ondersteunende community plaatsvinden. De thuiskoks waarderen deze taakverdeling en worden zo gestimuleerd om door te gaan met hun vrijwillige activiteit. 

Bij Thuisafgehaald zijn we voorstanders van ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’. Daarmee bedoelen we dat wij zorgen voor de basisvoorwaarden om de activiteit en transacties van de vrijwilligers mogelijk te maken en om ze te stimuleren door te gaan. Die faciliterende rol is geen taak van vrijwilligers maar moet geborgd worden in het verdienmodel van het platform. Deels betalen gebruikers daaraan mee, deels komen de inkomsten van betalende gemeenten die de meerwaarde van de dienstverlening zien voor hun inwoners. Maar, zoals gezegd, die basis is op dit moment te smal. 

3. Sociale impact is meer dan directe kostenbesparing

We hebben gemerkt dat veel gemeenten tegenwoordig zaken doen met sociaal ondernemingen om zo sociale impact te bereiken. Dat vinden wij een positieve ontwikkeling. In de praktijk blijkt de focus vaak eenzijdig te liggen  op sociale impact die kan worden uitgedrukt in directe kostenbesparing in harde valuta. Vaak gaat het dan om besparingen op uitkeringen, als sociaal ondernemers op een vernieuwende manier mensen aan het werk helpen. Denk aan een sociaal onderneming als Bakkerscafé in Nijmegen die heerlijk biologisch brood bakt en tegelijk werkplekken creëert voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Of een club als Colour Kitchen, die werkzoekende jongeren al kokenderwijs naar werk begeleidt. Beide zijn inspirerende sociaal ondernemingen, die terecht door gemeenten worden ‘ingehuurd’.

Het risico bestaat echter dat gemeenten sociaal ondernemen versmallen tot arbeidsre-integratie, omdat daar de kostenbesparing zo evident is. Deze beperkte focus lijkt ons niet passend bij de maatschappelijke taken van de overheid. Een gemeente heeft doelstellingen gericht op participatie en preventie, om zo bij te dragen aan een prettig en zinvol leven van zijn bewoners. 

Het blijkt voor overheden moeilijk om de sociale impact die Thuisafgehaald ontegenzeggelijk behaalt, volgens de methode van directe kostenbesparing te waarderen. Dat geldt overigens ook voor andere sociaal ondernemingen die zich richten op preventie en welzijn. Denk aan Granny’s Finest die eenzaamheid bestrijdt door senioren in groepen hun hobby-handwerk uit te laten oefenen, begeleid door jonge ontwerpers. Of de app Fello voor het organiseren van mantelzorg. Vaak dreigt de maatschappelijke meerwaarde van deze initiatieven letterlijk tussen wal en schip te vallen. Terwijl het toch algemeen bekend is dat het voorkomen van professionele, intensieve zorg veel voordeliger is dan die zorg uiteindelijk te moeten bieden. 

Daar komt nog iets bij. Uit het onderzoek van Marianne Dagevos blijkt dat thuiskoks niet koken om geld te verdienen of er een baan van te maken. Het gaat voor hen om een combinatie van aspecten: persoonlijke waarde (zingeving, waardering), sociale waarde (nieuwe contacten, iets voor anderen betekenen) en economische waarde (wat geld verdienen, besparen op huishoudelijke kosten). Deze waarden houden elkaar in evenwicht, het economische motief krijgt niet de overhand en daardoor blijft de sociale meerwaarde hoog. Dat is anders dan bij deelplatformen als AirBnB en Snappcar waar de economische motivatie bij veel gebruikers voorop staat. 

De balans van verschillende waarden vinden wij belangrijk voor de duurzaamheid van ons platform en de impact die wij weten te realiseren. We willen afgerekend worden op impact die aantoonbaar bijdraagt aan de kwaliteit van leven van onze community en die tot stand komt met een minimale overhead. 

4. Sociale innovatie vraagt andere benadering

Zoals gezegd krijgen we evenals elk vernieuwend initiatief te maken met veel ‘ja maars’. In het algemeen, maar ook in de contacten met onze gemeentelijke partners. 

Veel van die ‘ja maars’ hebben te maken met voedselveiligheid en aansprakelijkheid, zeg maar het uitsluiten van risico’s. Steeds opnieuw leggen we uit dat wij met ons deelplatform ‘vertrouwen faciliteren tussen vreemden’ en ons niet primair richten op het uitsluiten van risico’s. Voor dat laatste hebben we in Nederland al instituties genoeg, voor het eerste een stuk minder. Het feit dat we deze vragen steeds krijgen, terwijl met ruim 220.000 gedeelde maaltijden nooit iemand ziek is geworden, laat zien dat mogelijke risico’s meer aandacht krijgen dan ze verdienen. Natuurlijk kan het gebeuren dat mensen ziek worden van een maaltijd van een thuiskok, maar dat is ook mogelijk als je uit eten gaat in een restaurant of wanneer je zelf kookt. Als we elk nieuw fenomeen bestoken met ‘ja maars’, zullen we nooit de potentie en impact ervan leren kennen. 

Sociaal ondernemen is nog relatief nieuw en onbekend en daardoor een kwestie van pionieren. Daarbij hoort dat je dingen uitprobeert en daarna evalueert. Alleen zo, al doende, met vallen en opstaan, kunnen we leren en verder komen. Onze onderneming is een voorbeeld van sociale innovatie: een online deelplatform van, voor en door buren. Wij hebben gemerkt dat het niet werkt om ons in allerlei bochten te wringen om te passen in de mal van een welzijnsproject, een vrijwilligersinitiatief of een leverancier van harde monetaire sociale impact. 

Op basis van vijf jaar ervaring als kleine vernieuwende speler in de wereld van zorg & welzijn, weten we dat we, om onze maatschappelijke meerwaarde te leveren, trouw moeten blijven aan onze identiteit en kernwaarden. Dat betekent in de praktijk: de prioriteit blijven leggen bij ondernemen en faciliteren, daarbij flexibel zijn en leren van onze ervaringen. Juist door te doen waar we goed in zijn, waarin mensen ons vertrouwen en waardoor veel positieve energie vrijkomt, willen we onze plaats in de Nederlandse samenleving uitbouwen en bijdragen aan de groei van positieve ervaringen waar mensen iets voor elkaar over hebben. We denken dat onze middenpositie: tussen bedrijf en gemeenschap, deels markt en niet-markt, deels formeel en informeel, deels centraal georganiseerd en deels lokaal ingevuld en beleefd, ons daarvoor de beste uitgangspositie biedt. Maar we hebben wel tijd en ruimte nodig om de waarde van die middenpositie bekender te maken, uit te dragen en uit te bouwen. En goede partners die ons een kans geven om dit te doen, die met ons meeleren en meewerken om samen verder te komen.

 Tot slot

Onze ervaring van vijf jaar heeft ons gesterkt in onze overtuiging: om in Nederland prettig met elkaar te kunnen blijven samenleven, hebben we sociale innovaties en nieuwe benaderingen zoals Thuisafgehaald nodig. Wij zoeken het in de momenten van klein geluk die mensen ervaren in hun eigen huis, hun eigen buurt en hun eigen leven. Ervaringen en ontmoetingen die niet meteen groots en meeslepend hoeven te zijn om te zorgen voor een zinvol en plezierig leven. Wij gaan uit van zelfvertrouwen, eigen regie, datgene doen waar je blij van wordt en plezier in hebt. We willen maatschappelijke problemen praktisch maken en pragmatisch te lijf gaan. ‘Wat kan ik doen, wat kan jij doen?’ We proberen het uit en bespreken hoe het bevalt. We gaan uit van wat er al is, wat voorhanden is op de plaats waar iemand woont en binnen de tijd en mogelijkheden die iemand heeft. Zo willen we werken aan praktische en positieve communities, bakens van sterke dagelijkse praktijken in een samenleving die ook bedreigd wordt door onrust en wantrouwen. Daar gaan we voor, de komende vijf jaar en liefst nog veel langer.

---

Dit artikel is een coproductie van Marieke Hart (oprichter van Thuisafgehaald) en Marianne Dagevos (PhD onderzoeker naar deelplatformen zoals Thuisafgehaald). Als de inhoud betrekking heeft op slechts een van de auteurs, is dit expliciet aangegeven.

Zie je mogelijkheden voor samenwerking m